Hollanti – sanasto, taso A1
696 sanaa EVK-tasolta A1 aakkosjärjestyksessä. Aiempien tasojen sanat ovat omilla sivuillaan.
A
37 sanaa- aan
- de aardappel
- aardig
- acht
- achter
- de achternaam
- achttien
- de actrice
- het adres
- de afbeelding
- afgelopen
- afmaken
- alle
- allebei
- alleen
- allemaal
- alles
- als
- alsjeblieft
- altijd
- Amerika
- Amerikaans
- ander
- een ander
- anders
- het antwoord
- antwoorden
- het apenstaartje
- het appartement
- de appel
- april
- arm
- de arm
- augustus
- de auto
- de avond
- het avondeten
B
61 sanaa- de baan
- de baard
- de baby
- het bad
- de badkamer
- de bal
- de banaan
- de band
- de bank
- de bar
- het basketbal
- het bed
- Bedankt
- het been
- beginnen
- begrijpen
- beide
- belangrijk
- bellen
- het bericht
- beroemd
- besneeuwd
- het best
- beste
- de beste
- betalen
- beter
- de beurt
- het bezoek
- bezoeken
- het bier
- bij
- bijvoorbeeld
- binnen
- de bioscoop
- blauw
- blij
- blijven
- de bloem
- het boek
- de boerderij
- de boom
- de boot
- het bord
- de boter
- de boterham
- boven
- brengen
- de brief
- het briefje
- de bril
- Brits
- de broek
- de broer
- het brood
- het broodje
- bruin
- het buffet
- buiten
- het bureau
- de bus
C
12 sanaa- het café
- de camera
- de cappuccino
- de cd
- de cd-speler
- de chauffeur
- China
- Chinees
- de chocolade
- de computer
- de creditcard
- de cursus
D
42 sanaa- daar
- Dag
- de dag
- dan
- de dans
- dansen
- het dansen
- dat
- de datum
- december
- het deel
- denken
- dertien
- de deur
- deze
- dezelfde
- dichtbij
- die
- het dier
- de dierentuin
- dik
- dineren
- het ding
- dinsdag
- de dochter
- doei
- doen
- de dokter
- de dollar
- donderdag
- donker
- de doos
- het dorp
- de douche
- dragen
- het drankje
- drie
- drinken
- Duits
- Duitsland
- duur
- de dvd
E
25 sanaa- echt
- één
- eenentwintig
- eerst
- eerste
- de eetkamer
- het ei
- eigen
- het einde
- eindigen
- elf
- elk
- elkaar
- de e-mail
- en
- Engeland
- Engels
- de enige
- enthousiast
- erin
- ernaast
- eten
- het eten
- Europa
- Europees
F
13 sanaa- de fabriek
- de familie
- favoriet
- februari
- de fee
- het feest
- fietsen
- de film
- de foto
- fout
- Frankrijk
- Frans
- het fruit
G
36 sanaa- gaan
- de geboorteplaats
- gebruiken
- geel
- geen
- het geld
- gelukkig
- genieten
- genoeg
- het gerecht
- gesloten
- het gesprek
- het getal
- geven
- het gevoel
- geweldig
- het gezicht
- gezond
- gisteravond
- gisteren
- de gitaar
- het glas
- goed
- Goedemiddag
- Goedemorgen
- Goedenavond
- goedendag
- goedkoop
- grappig
- het gras
- grijs
- groen
- de groente
- de groep
- groot
- Groot-Brittannië
H
35 sanaa- haar
- het haar
- half
- Hallo
- de halte
- de hamburger
- de hand
- de handel
- hard
- hebben
- het heden
- heel
- heet
- de helft
- helpen
- hem
- hen
- zich herinneren
- het
- heten
- hier
- hij
- de hoed
- hoeveel
- Hoi
- de hond
- het hoofd
- de hoofdletter
- horen
- het horloge
- het hotel
- het huis
- het huisdier
- het huiswerk
- hun
I
11 sanaa- ieder
- iets
- het ijs
- ik
- in
- interessant
- de interesse
- het internet
- de interviewer
- Italiaans
- Italië
J
15 sanaa- ja
- het jaar
- januari
- Japan
- Japans
- de jas
- het jasje
- jij
- jong
- de jongen
- jouw
- juli
- jullie
- juni
- de jurk
K
34 sanaa- het kaartje
- de kaas
- de kamer
- de kat
- kennen
- kennismaken
- Kerstmis
- de keuken
- kiezen
- kijken
- het kind
- klaar
- de klas
- het klaslokaal
- klein
- de kleren
- de kleur
- kleuren
- klinken
- de klok
- de koe
- het koekje
- de koffie
- koken
- komen
- kopen
- het kopje
- kort
- koud
- de krant
- krijgen
- het kruisje
- kunnen
- het kwart
L
29 sanaa- laat
- laatste
- het land
- lang
- langzaam
- laten
- het lawaai
- de leeftijd
- leggen
- lekker
- de lelie
- de leraar / de lerares
- leren
- de les
- lesgeven
- leuk
- het leven
- het lezen
- lezen
- het lichaam
- licht
- lief
- de liefde
- lokaal
- lopen
- luisteren
- de luistervaardigheid
- de lunch
- lunchen
M
36 sanaa- de maaltijd
- de maand
- maandag
- maar
- maart
- maken
- makkelijk
- de mama
- de man
- meenemen
- meer
- mei
- het meisje
- de melk
- meneer
- de mensen
- het mes
- met
- mevrouw
- de middag
- mij
- mijn
- de minuut
- de mobiel
- moe
- de moeder
- moeilijk
- moeilijker
- moeten
- mogelijk
- de mond
- mooi
- morgen
- het museum
- de muur
- de muziek
N
21 sanaa- na
- de naam
- naar
- de nacht
- de nationaliteit
- natuurlijk
- Nederland
- Nederlands
- nee
- negen
- negentien
- nemen
- de neus
- niet
- nieuw
- Nieuwjaar
- nooit
- nou
- november
- nu
- het nummer
O
31 sanaa- de ober
- de ochtend
- oefenen
- of
- oké
- oktober
- de Olympische Spelen
- om
- omdat
- omhoog
- onder
- de onderkant
- ongeveer
- ons
- het ontbijt
- ontbijten
- ontmoeten
- zich ontspannen
- onze
- het oog
- ook
- het oor
- op
- open
- openen
- opstaan
- oranje
- oud
- de ouder
- over
- het overhemd
P
22 sanaa- het paar
- het paard
- de paella
- de pagina
- de papa
- het papier
- Pardon
- het park
- de patat
- de pen
- de persoon
- de picknick
- de pizza
- plannen
- de plant
- de plek
- het plezier
- de pop
- de postcode
- het potlood
- praten
- het probleem
R
17 sanaa- het raam
- de radio
- de regen
- regenen
- het reizen
- reizen
- rennen
- het restaurant
- rijden
- de rijst
- de rivier
- de rode wijn
- de rok
- het roken
- roken
- rood
- de routine
S
56 sanaa- saai
- samen
- het sap
- het schaap
- schilderen
- de schoen
- de school
- schoon
- schoonmaken
- schoppen
- de schort
- het schrift
- het schrijven
- schrijven
- september
- de serveerster
- de sinaasappel
- de slaapkamer
- slank
- slapen
- slecht
- de sleutel
- slim
- sluiten
- de sneeuw
- snel
- de soep
- sommige
- soms
- de soort
- sorry
- Spaans
- Spanje
- spannend
- het spel
- spelen
- de speler
- de spijkerbroek
- de sport
- sporten
- de sportschool
- spreken
- de stad
- het stadje
- het station
- sterven
- de stoel
- het stokbrood
- stoppen
- de straat
- het strand
- de student / de studente
- studeren
- sturen
- de suiker
- de supermarkt
T
32 sanaa- de taal
- de taart
- de tafel
- de tand
- de tas
- de taxi
- tegenover
- tekenen
- de telefoon
- het telefoonnummer
- de televisie
- het tennis
- terug
- testen
- de thee
- het thuis
- tien
- toen
- de toets
- het toilet
- de tomaat
- tot
- de trein
- het T-shirt
- de tuin
- tussen
- de tv
- twaalf
- twee
- tweede
- de tweepersoonskamer
- twintig
U
7 sanaa- u
- uit
- uitgaan
- uitnodigen
- de universiteit
- het uur
- uw
V
52 sanaa- vaak
- de vader
- het vak
- de vakantie
- van
- vanaf
- vanavond
- vandaag
- vangen
- het varken
- veel
- veertien
- veilig
- het vel
- veranderen
- verdrietig
- het Verenigd Koninkrijk
- de Verenigde Staten
- de verf
- de verjaardag
- het verleden
- vertellen
- vertrekken
- verveeld
- verwelkomen
- vier
- vijf
- vijfentwintig
- vijftien
- vinden
- de vis
- het vlees
- vliegen
- het vliegtuig
- de vloer
- zich voelen
- de voet
- de voetbal
- het voetbal
- de vogel
- de volwassene
- voor
- het voorbeeld
- de voorkant
- voorstellen
- de vraag
- vragen
- de vriend / de vriendin
- vrijdag
- vroeg
- vrolijk
- de vrouw
W
44 sanaa- waar
- waarom
- waarvandaan
- wachten
- wanneer
- want
- warm
- wassen
- wat
- het water
- de website
- de week
- het weekend
- het weer
- weer
- de weg
- weggaan
- weinig
- wel
- welke
- welkom
- Welterusten
- de wereld
- het werk
- werken
- de werkkamer
- weten
- wie
- wij
- de wijn
- willen
- de wind
- de winkel
- het winkelen
- winkelen
- de winter
- wit
- woensdag
- wonen
- de woning
- de woonkamer
- het woord
- het woordenboek
- worden
Z
28 sanaa- zaterdag
- de zee
- zeggen
- zes
- zestien
- zetten
- zeven
- zeventien
- het ziekenhuis
- zien
- zij
- zijn
- de zin
- zingen
- zitten
- zo
- zoeken
- zoet
- de zomer
- de zon
- zondag
- de zoon
- het zout
- zullen
- de zus
- zwart
- het zwembad
- zwemmen
Voit opetella tason A1 sanat Kardamonen listoilla: kertaat ne yhä pidemmin välein.
Aloita: hollanti A1