Kardamone
Professeurs S’inscrire

geven

A1 Een ander werkwoord vervoegen →

Onregelmatig werkwoord · hulpwerkwoord hebben

Aantonende wijs Indicatif

Onvoltooid tegenwoordige tijdPrésentA1

  • ik geef
  • jij geeft
  • u geeft
  • hij/zij/het geeft
  • wij geven
  • jullie geven
  • zij geven
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige tijdPassé composéA1

  • ik heb gegeven
  • jij hebt gegeven
  • u hebt gegeven
  • hij/zij/het heeft gegeven
  • wij hebben gegeven
  • jullie hebben gegeven
  • zij hebben gegeven
Deze tijd oefenen

Onvoltooid verleden tijdPrétéritA2

  • ik gaf
  • jij gaf
  • u gaf
  • hij/zij/het gaf
  • wij gaven
  • jullie gaven
  • zij gaven
Deze tijd oefenen

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur simpleA2

  • ik zal geven
  • jij zult geven
  • u zult geven
  • hij/zij/het zal geven
  • wij zullen geven
  • jullie zullen geven
  • zij zullen geven
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden tijdPlus-que-parfaitB1

  • ik had gegeven
  • jij had gegeven
  • u had gegeven
  • hij/zij/het had gegeven
  • wij hadden gegeven
  • jullie hadden gegeven
  • zij hadden gegeven
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur antérieurB2

  • ik zal gegeven hebben / zal hebben gegeven
  • jij zult gegeven hebben / zult hebben gegeven
  • u zult gegeven hebben / zult hebben gegeven
  • hij/zij/het zal gegeven hebben / zal hebben gegeven
  • wij zullen gegeven hebben / zullen hebben gegeven
  • jullie zullen gegeven hebben / zullen hebben gegeven
  • zij zullen gegeven hebben / zullen hebben gegeven
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Onvoltooid tegenwoordige tijd · Voltooid tegenwoordige tijd

Voorwaardelijke wijs Conditionnel

Onvoltooid verleden toekomende tijdConditionnel présentB1

  • ik zou geven
  • jij zou geven
  • u zou geven
  • hij/zij/het zou geven
  • wij zouden geven
  • jullie zouden geven
  • zij zouden geven
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden toekomende tijdConditionnel passéB2

  • ik zou gegeven hebben / zou hebben gegeven
  • jij zou gegeven hebben / zou hebben gegeven
  • u zou gegeven hebben / zou hebben gegeven
  • hij/zij/het zou gegeven hebben / zou hebben gegeven
  • wij zouden gegeven hebben / zouden hebben gegeven
  • jullie zouden gegeven hebben / zouden hebben gegeven
  • zij zouden gegeven hebben / zouden hebben gegeven
Deze tijd oefenen

Gebiedende wijs Impératif

Gebiedende wijsImpératifA1

  • (jij) geef
  • geeft u
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Gebiedende wijs

Infinitief en deelwoord Formes impersonnelles

InfinitiefInfinitifA1

  • geven

Voltooid deelwoordParticipe passéA1

  • gegeven

In de grammaticagids: Voltooid deelwoord

onregelmatige vorm · spellingswijziging