Kardamone
Professeurs S’inscrire

klikken

A2 Een ander werkwoord vervoegen →

hulpwerkwoord hebben · vervoegd als werken

Aantonende wijs Indicatif

Onvoltooid tegenwoordige tijdPrésentA1

  • ik klik
  • jij klikt
  • u klikt
  • hij/zij/het klikt
  • wij klikken
  • jullie klikken
  • zij klikken
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige tijdPassé composéA1

  • ik heb geklikt
  • jij hebt geklikt
  • u hebt geklikt
  • hij/zij/het heeft geklikt
  • wij hebben geklikt
  • jullie hebben geklikt
  • zij hebben geklikt
Deze tijd oefenen

Onvoltooid verleden tijdPrétéritA2

  • ik klikte
  • jij klikte
  • u klikte
  • hij/zij/het klikte
  • wij klikten
  • jullie klikten
  • zij klikten
Deze tijd oefenen

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur simpleA2

  • ik zal klikken
  • jij zult klikken
  • u zult klikken
  • hij/zij/het zal klikken
  • wij zullen klikken
  • jullie zullen klikken
  • zij zullen klikken
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden tijdPlus-que-parfaitB1

  • ik had geklikt
  • jij had geklikt
  • u had geklikt
  • hij/zij/het had geklikt
  • wij hadden geklikt
  • jullie hadden geklikt
  • zij hadden geklikt
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur antérieurB2

  • ik zal geklikt hebben / zal hebben geklikt
  • jij zult geklikt hebben / zult hebben geklikt
  • u zult geklikt hebben / zult hebben geklikt
  • hij/zij/het zal geklikt hebben / zal hebben geklikt
  • wij zullen geklikt hebben / zullen hebben geklikt
  • jullie zullen geklikt hebben / zullen hebben geklikt
  • zij zullen geklikt hebben / zullen hebben geklikt
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Onvoltooid tegenwoordige tijd · Voltooid tegenwoordige tijd

Voorwaardelijke wijs Conditionnel

Onvoltooid verleden toekomende tijdConditionnel présentB1

  • ik zou klikken
  • jij zou klikken
  • u zou klikken
  • hij/zij/het zou klikken
  • wij zouden klikken
  • jullie zouden klikken
  • zij zouden klikken
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden toekomende tijdConditionnel passéB2

  • ik zou geklikt hebben / zou hebben geklikt
  • jij zou geklikt hebben / zou hebben geklikt
  • u zou geklikt hebben / zou hebben geklikt
  • hij/zij/het zou geklikt hebben / zou hebben geklikt
  • wij zouden geklikt hebben / zouden hebben geklikt
  • jullie zouden geklikt hebben / zouden hebben geklikt
  • zij zouden geklikt hebben / zouden hebben geklikt
Deze tijd oefenen

Gebiedende wijs Impératif

Gebiedende wijsImpératifA1

  • (jij) klik
  • klikt u
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Gebiedende wijs

Infinitief en deelwoord Formes impersonnelles

InfinitiefInfinitifA1

  • klikken

Voltooid deelwoordParticipe passéA1

  • geklikt

In de grammaticagids: Voltooid deelwoord

spellingswijziging