Kardamone
Professeurs S’inscrire

lezen

A1 Een ander werkwoord vervoegen →

Onregelmatig werkwoord · hulpwerkwoord hebben

Aantonende wijs Indicatif

Onvoltooid tegenwoordige tijdPrésentA1

  • ik lees
  • jij leest
  • u leest
  • hij/zij/het leest
  • wij lezen
  • jullie lezen
  • zij lezen
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige tijdPassé composéA1

  • ik heb gelezen
  • jij hebt gelezen
  • u hebt gelezen
  • hij/zij/het heeft gelezen
  • wij hebben gelezen
  • jullie hebben gelezen
  • zij hebben gelezen
Deze tijd oefenen

Onvoltooid verleden tijdPrétéritA2

  • ik las
  • jij las
  • u las
  • hij/zij/het las
  • wij lazen
  • jullie lazen
  • zij lazen
Deze tijd oefenen

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur simpleA2

  • ik zal lezen
  • jij zult lezen
  • u zult lezen
  • hij/zij/het zal lezen
  • wij zullen lezen
  • jullie zullen lezen
  • zij zullen lezen
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden tijdPlus-que-parfaitB1

  • ik had gelezen
  • jij had gelezen
  • u had gelezen
  • hij/zij/het had gelezen
  • wij hadden gelezen
  • jullie hadden gelezen
  • zij hadden gelezen
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur antérieurB2

  • ik zal gelezen hebben / zal hebben gelezen
  • jij zult gelezen hebben / zult hebben gelezen
  • u zult gelezen hebben / zult hebben gelezen
  • hij/zij/het zal gelezen hebben / zal hebben gelezen
  • wij zullen gelezen hebben / zullen hebben gelezen
  • jullie zullen gelezen hebben / zullen hebben gelezen
  • zij zullen gelezen hebben / zullen hebben gelezen
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Onvoltooid tegenwoordige tijd · Voltooid tegenwoordige tijd

Voorwaardelijke wijs Conditionnel

Onvoltooid verleden toekomende tijdConditionnel présentB1

  • ik zou lezen
  • jij zou lezen
  • u zou lezen
  • hij/zij/het zou lezen
  • wij zouden lezen
  • jullie zouden lezen
  • zij zouden lezen
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden toekomende tijdConditionnel passéB2

  • ik zou gelezen hebben / zou hebben gelezen
  • jij zou gelezen hebben / zou hebben gelezen
  • u zou gelezen hebben / zou hebben gelezen
  • hij/zij/het zou gelezen hebben / zou hebben gelezen
  • wij zouden gelezen hebben / zouden hebben gelezen
  • jullie zouden gelezen hebben / zouden hebben gelezen
  • zij zouden gelezen hebben / zouden hebben gelezen
Deze tijd oefenen

Gebiedende wijs Impératif

Gebiedende wijsImpératifA1

  • (jij) lees
  • leest u
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Gebiedende wijs

Infinitief en deelwoord Formes impersonnelles

InfinitiefInfinitifA1

  • lezen

Voltooid deelwoordParticipe passéA1

  • gelezen

In de grammaticagids: Voltooid deelwoord

onregelmatige vorm · spellingswijziging