Kardamone
Professeurs S’inscrire

posten

A2 Een ander werkwoord vervoegen →

hulpwerkwoord hebben · vervoegd als werken

Aantonende wijs Indicatif

Onvoltooid tegenwoordige tijdPrésentA1

  • ik post
  • jij post
  • u post
  • hij/zij/het post
  • wij posten
  • jullie posten
  • zij posten
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige tijdPassé composéA1

  • ik heb gepost
  • jij hebt gepost
  • u hebt gepost
  • hij/zij/het heeft gepost
  • wij hebben gepost
  • jullie hebben gepost
  • zij hebben gepost
Deze tijd oefenen

Onvoltooid verleden tijdPrétéritA2

  • ik postte
  • jij postte
  • u postte
  • hij/zij/het postte
  • wij postten
  • jullie postten
  • zij postten
Deze tijd oefenen

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur simpleA2

  • ik zal posten
  • jij zult posten
  • u zult posten
  • hij/zij/het zal posten
  • wij zullen posten
  • jullie zullen posten
  • zij zullen posten
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden tijdPlus-que-parfaitB1

  • ik had gepost
  • jij had gepost
  • u had gepost
  • hij/zij/het had gepost
  • wij hadden gepost
  • jullie hadden gepost
  • zij hadden gepost
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur antérieurB2

  • ik zal gepost hebben / zal hebben gepost
  • jij zult gepost hebben / zult hebben gepost
  • u zult gepost hebben / zult hebben gepost
  • hij/zij/het zal gepost hebben / zal hebben gepost
  • wij zullen gepost hebben / zullen hebben gepost
  • jullie zullen gepost hebben / zullen hebben gepost
  • zij zullen gepost hebben / zullen hebben gepost
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Onvoltooid tegenwoordige tijd · Voltooid tegenwoordige tijd

Voorwaardelijke wijs Conditionnel

Onvoltooid verleden toekomende tijdConditionnel présentB1

  • ik zou posten
  • jij zou posten
  • u zou posten
  • hij/zij/het zou posten
  • wij zouden posten
  • jullie zouden posten
  • zij zouden posten
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden toekomende tijdConditionnel passéB2

  • ik zou gepost hebben / zou hebben gepost
  • jij zou gepost hebben / zou hebben gepost
  • u zou gepost hebben / zou hebben gepost
  • hij/zij/het zou gepost hebben / zou hebben gepost
  • wij zouden gepost hebben / zouden hebben gepost
  • jullie zouden gepost hebben / zouden hebben gepost
  • zij zouden gepost hebben / zouden hebben gepost
Deze tijd oefenen

Gebiedende wijs Impératif

Gebiedende wijsImpératifA1

  • (jij) post
  • post u
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Gebiedende wijs

Infinitief en deelwoord Formes impersonnelles

InfinitiefInfinitifA1

  • posten

Voltooid deelwoordParticipe passéA1

  • gepost

In de grammaticagids: Voltooid deelwoord