Kardamone
Opettajille Rekisteröidy

veranderen

A1 Een ander werkwoord vervoegen →

hulpwerkwoord zijn

Aantonende wijs Indikatiivi

Onvoltooid tegenwoordige tijdPreesensA1

  • ik verander
  • jij verandert
  • u verandert
  • hij/zij/het verandert
  • wij veranderen
  • jullie veranderen
  • zij veranderen
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige tijdPerfektiA1

  • ik ben veranderd / heb veranderd
  • jij bent veranderd / hebt veranderd
  • u bent veranderd / hebt veranderd
  • hij/zij/het is veranderd / heeft veranderd
  • wij zijn veranderd / hebben veranderd
  • jullie zijn veranderd / hebben veranderd
  • zij zijn veranderd / hebben veranderd
Deze tijd oefenen

Onvoltooid verleden tijdPreteritiA2

  • ik veranderde
  • jij veranderde
  • u veranderde
  • hij/zij/het veranderde
  • wij veranderden
  • jullie veranderden
  • zij veranderden
Deze tijd oefenen

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijdFutuuriA2

  • ik zal veranderen
  • jij zult veranderen
  • u zult veranderen
  • hij/zij/het zal veranderen
  • wij zullen veranderen
  • jullie zullen veranderen
  • zij zullen veranderen
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden tijdPluskvamperfektiB1

  • ik was veranderd / had veranderd
  • jij was veranderd / had veranderd
  • u was veranderd / had veranderd
  • hij/zij/het was veranderd / had veranderd
  • wij waren veranderd / hadden veranderd
  • jullie waren veranderd / hadden veranderd
  • zij waren veranderd / hadden veranderd
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijdFutuurin perfektiB2

  • ik zal veranderd zijn / zal veranderd hebben / zal zijn veranderd
  • jij zult veranderd zijn / zult veranderd hebben / zult zijn veranderd
  • u zult veranderd zijn / zult veranderd hebben / zult zijn veranderd
  • hij/zij/het zal veranderd zijn / zal veranderd hebben / zal zijn veranderd
  • wij zullen veranderd zijn / zullen veranderd hebben / zullen zijn veranderd
  • jullie zullen veranderd zijn / zullen veranderd hebben / zullen zijn veranderd
  • zij zullen veranderd zijn / zullen veranderd hebben / zullen zijn veranderd
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Onvoltooid tegenwoordige tijd · Voltooid tegenwoordige tijd

Voorwaardelijke wijs Konditionaali

Onvoltooid verleden toekomende tijdKonditionaalin preesensB1

  • ik zou veranderen
  • jij zou veranderen
  • u zou veranderen
  • hij/zij/het zou veranderen
  • wij zouden veranderen
  • jullie zouden veranderen
  • zij zouden veranderen
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden toekomende tijdKonditionaalin perfektiB2

  • ik zou veranderd zijn / zou veranderd hebben / zou zijn veranderd
  • jij zou veranderd zijn / zou veranderd hebben / zou zijn veranderd
  • u zou veranderd zijn / zou veranderd hebben / zou zijn veranderd
  • hij/zij/het zou veranderd zijn / zou veranderd hebben / zou zijn veranderd
  • wij zouden veranderd zijn / zouden veranderd hebben / zouden zijn veranderd
  • jullie zouden veranderd zijn / zouden veranderd hebben / zouden zijn veranderd
  • zij zouden veranderd zijn / zouden veranderd hebben / zouden zijn veranderd
Deze tijd oefenen

Gebiedende wijs Imperatiivi

Gebiedende wijsImperatiiviA1

  • (jij) verander
  • verandert u
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Gebiedende wijs

Infinitief en deelwoord Nominaalimuodot

InfinitiefInfinitiiviA1

  • veranderen

Voltooid deelwoordMennyt partisiippiA1

  • veranderd

In de grammaticagids: Voltooid deelwoord