winnen
A2 Een ander werkwoord vervoegen →Onregelmatig werkwoord · hulpwerkwoord hebben
Aantonende wijs Indicatif
Onvoltooid tegenwoordige tijdPrésentA1
- ik win
- jij wint
- u wint
- hij/zij/het wint
- wij winnen
- jullie winnen
- zij winnen
Voltooid tegenwoordige tijdPassé composéA1
- ik heb gewonnen
- jij hebt gewonnen
- u hebt gewonnen
- hij/zij/het heeft gewonnen
- wij hebben gewonnen
- jullie hebben gewonnen
- zij hebben gewonnen
Onvoltooid verleden tijdPrétéritA2
- ik won
- jij won
- u won
- hij/zij/het won
- wij wonnen
- jullie wonnen
- zij wonnen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur simpleA2
- ik zal winnen
- jij zult winnen
- u zult winnen
- hij/zij/het zal winnen
- wij zullen winnen
- jullie zullen winnen
- zij zullen winnen
Voltooid verleden tijdPlus-que-parfaitB1
- ik had gewonnen
- jij had gewonnen
- u had gewonnen
- hij/zij/het had gewonnen
- wij hadden gewonnen
- jullie hadden gewonnen
- zij hadden gewonnen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur antérieurB2
- ik zal gewonnen hebben / zal hebben gewonnen
- jij zult gewonnen hebben / zult hebben gewonnen
- u zult gewonnen hebben / zult hebben gewonnen
- hij/zij/het zal gewonnen hebben / zal hebben gewonnen
- wij zullen gewonnen hebben / zullen hebben gewonnen
- jullie zullen gewonnen hebben / zullen hebben gewonnen
- zij zullen gewonnen hebben / zullen hebben gewonnen
In de grammaticagids: Onvoltooid tegenwoordige tijd · Voltooid tegenwoordige tijd
Voorwaardelijke wijs Conditionnel
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditionnel présentB1
- ik zou winnen
- jij zou winnen
- u zou winnen
- hij/zij/het zou winnen
- wij zouden winnen
- jullie zouden winnen
- zij zouden winnen
Voltooid verleden toekomende tijdConditionnel passéB2
- ik zou gewonnen hebben / zou hebben gewonnen
- jij zou gewonnen hebben / zou hebben gewonnen
- u zou gewonnen hebben / zou hebben gewonnen
- hij/zij/het zou gewonnen hebben / zou hebben gewonnen
- wij zouden gewonnen hebben / zouden hebben gewonnen
- jullie zouden gewonnen hebben / zouden hebben gewonnen
- zij zouden gewonnen hebben / zouden hebben gewonnen
Gebiedende wijs Impératif
In de grammaticagids: Gebiedende wijs
Infinitief en deelwoord Formes impersonnelles
InfinitiefInfinitifA1
- winnen
Voltooid deelwoordParticipe passéA1
- gewonnen
In de grammaticagids: Voltooid deelwoord
onregelmatige vorm · spellingswijziging