downloaden
A2 Een ander werkwoord vervoegen →hulpwerkwoord hebben · vervoegd als wonen
Aantonende wijs Indicatif
Onvoltooid tegenwoordige tijdPrésentA1
- ik download
- jij downloadt
- u downloadt
- hij/zij/het downloadt
- wij downloaden
- jullie downloaden
- zij downloaden
Voltooid tegenwoordige tijdPassé composéA1
- ik heb gedownload
- jij hebt gedownload
- u hebt gedownload
- hij/zij/het heeft gedownload
- wij hebben gedownload
- jullie hebben gedownload
- zij hebben gedownload
Onvoltooid verleden tijdPrétéritA2
- ik downloadde
- jij downloadde
- u downloadde
- hij/zij/het downloadde
- wij downloadden
- jullie downloadden
- zij downloadden
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur simpleA2
- ik zal downloaden
- jij zult downloaden
- u zult downloaden
- hij/zij/het zal downloaden
- wij zullen downloaden
- jullie zullen downloaden
- zij zullen downloaden
Voltooid verleden tijdPlus-que-parfaitB1
- ik had gedownload
- jij had gedownload
- u had gedownload
- hij/zij/het had gedownload
- wij hadden gedownload
- jullie hadden gedownload
- zij hadden gedownload
Voltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur antérieurB2
- ik zal gedownload hebben / zal hebben gedownload
- jij zult gedownload hebben / zult hebben gedownload
- u zult gedownload hebben / zult hebben gedownload
- hij/zij/het zal gedownload hebben / zal hebben gedownload
- wij zullen gedownload hebben / zullen hebben gedownload
- jullie zullen gedownload hebben / zullen hebben gedownload
- zij zullen gedownload hebben / zullen hebben gedownload
In de grammaticagids: Onvoltooid tegenwoordige tijd · Voltooid tegenwoordige tijd
Voorwaardelijke wijs Conditionnel
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditionnel présentB1
- ik zou downloaden
- jij zou downloaden
- u zou downloaden
- hij/zij/het zou downloaden
- wij zouden downloaden
- jullie zouden downloaden
- zij zouden downloaden
Voltooid verleden toekomende tijdConditionnel passéB2
- ik zou gedownload hebben / zou hebben gedownload
- jij zou gedownload hebben / zou hebben gedownload
- u zou gedownload hebben / zou hebben gedownload
- hij/zij/het zou gedownload hebben / zou hebben gedownload
- wij zouden gedownload hebben / zouden hebben gedownload
- jullie zouden gedownload hebben / zouden hebben gedownload
- zij zouden gedownload hebben / zouden hebben gedownload
Gebiedende wijs Impératif
In de grammaticagids: Gebiedende wijs
Infinitief en deelwoord Formes impersonnelles
InfinitiefInfinitifA1
- downloaden
Voltooid deelwoordParticipe passéA1
- gedownload
In de grammaticagids: Voltooid deelwoord