opslaan
A2 Een ander werkwoord vervoegen →Onregelmatig werkwoord · hulpwerkwoord hebben · vervoegd als slaan
Aantonende wijs Indicatif
Onvoltooid tegenwoordige tijdPrésentA1
- ik sla op
- jij slaat op
- u slaat op
- hij/zij/het slaat op
- wij slaan op
- jullie slaan op
- zij slaan op
Voltooid tegenwoordige tijdPassé composéA1
- ik heb opgeslagen
- jij hebt opgeslagen
- u hebt opgeslagen
- hij/zij/het heeft opgeslagen
- wij hebben opgeslagen
- jullie hebben opgeslagen
- zij hebben opgeslagen
Onvoltooid verleden tijdPrétéritA2
- ik sloeg op
- jij sloeg op
- u sloeg op
- hij/zij/het sloeg op
- wij sloegen op
- jullie sloegen op
- zij sloegen op
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur simpleA2
- ik zal opslaan
- jij zult opslaan
- u zult opslaan
- hij/zij/het zal opslaan
- wij zullen opslaan
- jullie zullen opslaan
- zij zullen opslaan
Voltooid verleden tijdPlus-que-parfaitB1
- ik had opgeslagen
- jij had opgeslagen
- u had opgeslagen
- hij/zij/het had opgeslagen
- wij hadden opgeslagen
- jullie hadden opgeslagen
- zij hadden opgeslagen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur antérieurB2
- ik zal opgeslagen hebben / zal hebben opgeslagen
- jij zult opgeslagen hebben / zult hebben opgeslagen
- u zult opgeslagen hebben / zult hebben opgeslagen
- hij/zij/het zal opgeslagen hebben / zal hebben opgeslagen
- wij zullen opgeslagen hebben / zullen hebben opgeslagen
- jullie zullen opgeslagen hebben / zullen hebben opgeslagen
- zij zullen opgeslagen hebben / zullen hebben opgeslagen
In de grammaticagids: Onvoltooid tegenwoordige tijd · Voltooid tegenwoordige tijd
Voorwaardelijke wijs Conditionnel
Onvoltooid verleden toekomende tijdConditionnel présentB1
- ik zou opslaan
- jij zou opslaan
- u zou opslaan
- hij/zij/het zou opslaan
- wij zouden opslaan
- jullie zouden opslaan
- zij zouden opslaan
Voltooid verleden toekomende tijdConditionnel passéB2
- ik zou opgeslagen hebben / zou hebben opgeslagen
- jij zou opgeslagen hebben / zou hebben opgeslagen
- u zou opgeslagen hebben / zou hebben opgeslagen
- hij/zij/het zou opgeslagen hebben / zou hebben opgeslagen
- wij zouden opgeslagen hebben / zouden hebben opgeslagen
- jullie zouden opgeslagen hebben / zouden hebben opgeslagen
- zij zouden opgeslagen hebben / zouden hebben opgeslagen
Gebiedende wijs Impératif
In de grammaticagids: Gebiedende wijs
Infinitief en deelwoord Formes impersonnelles
InfinitiefInfinitifA1
- opslaan
Voltooid deelwoordParticipe passéA1
- opgeslagen
In de grammaticagids: Voltooid deelwoord
onregelmatige vorm