Kardamone
Professeurs S’inscrire

worden

A1 Een ander werkwoord vervoegen →

Onregelmatig werkwoord · hulpwerkwoord zijn

Aantonende wijs Indicatif

Onvoltooid tegenwoordige tijdPrésentA1

  • ik word
  • jij wordt
  • u wordt
  • hij/zij/het wordt
  • wij worden
  • jullie worden
  • zij worden
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige tijdPassé composéA1

  • ik ben geworden
  • jij bent geworden
  • u bent geworden
  • hij/zij/het is geworden
  • wij zijn geworden
  • jullie zijn geworden
  • zij zijn geworden
Deze tijd oefenen

Onvoltooid verleden tijdPrétéritA2

  • ik werd
  • jij werd
  • u werd
  • hij/zij/het werd
  • wij werden
  • jullie werden
  • zij werden
Deze tijd oefenen

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur simpleA2

  • ik zal worden
  • jij zult worden
  • u zult worden
  • hij/zij/het zal worden
  • wij zullen worden
  • jullie zullen worden
  • zij zullen worden
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden tijdPlus-que-parfaitB1

  • ik was geworden
  • jij was geworden
  • u was geworden
  • hij/zij/het was geworden
  • wij waren geworden
  • jullie waren geworden
  • zij waren geworden
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijdFutur antérieurB2

  • ik zal geworden zijn / zal zijn geworden
  • jij zult geworden zijn / zult zijn geworden
  • u zult geworden zijn / zult zijn geworden
  • hij/zij/het zal geworden zijn / zal zijn geworden
  • wij zullen geworden zijn / zullen zijn geworden
  • jullie zullen geworden zijn / zullen zijn geworden
  • zij zullen geworden zijn / zullen zijn geworden
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Onvoltooid tegenwoordige tijd · Voltooid tegenwoordige tijd

Voorwaardelijke wijs Conditionnel

Onvoltooid verleden toekomende tijdConditionnel présentB1

  • ik zou worden
  • jij zou worden
  • u zou worden
  • hij/zij/het zou worden
  • wij zouden worden
  • jullie zouden worden
  • zij zouden worden
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden toekomende tijdConditionnel passéB2

  • ik zou geworden zijn / zou zijn geworden
  • jij zou geworden zijn / zou zijn geworden
  • u zou geworden zijn / zou zijn geworden
  • hij/zij/het zou geworden zijn / zou zijn geworden
  • wij zouden geworden zijn / zouden zijn geworden
  • jullie zouden geworden zijn / zouden zijn geworden
  • zij zouden geworden zijn / zouden zijn geworden
Deze tijd oefenen

Gebiedende wijs Impératif

Gebiedende wijsImpératifA1

  • (jij) word
  • wordt u
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Gebiedende wijs

Infinitief en deelwoord Formes impersonnelles

InfinitiefInfinitifA1

  • worden

Voltooid deelwoordParticipe passéA1

  • geworden

In de grammaticagids: Voltooid deelwoord

onregelmatige vorm