Kardamone
Викладачам Зареєструватися

zien

A1 Een ander werkwoord vervoegen →

Onregelmatig werkwoord · hulpwerkwoord hebben

Aantonende wijs Дійсний спосіб

Onvoltooid tegenwoordige tijdТеперішній часA1

  • ik zie
  • jij ziet
  • u ziet
  • hij/zij/het ziet
  • wij zien
  • jullie zien
  • zij zien
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige tijdСкладений минулий часA1

  • ik heb gezien
  • jij hebt gezien
  • u hebt gezien
  • hij/zij/het heeft gezien
  • wij hebben gezien
  • jullie hebben gezien
  • zij hebben gezien
Deze tijd oefenen

Onvoltooid verleden tijdПретеритA2

  • ik zag
  • jij zag
  • u zag
  • hij/zij/het zag
  • wij zagen
  • jullie zagen
  • zij zagen
Deze tijd oefenen

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijdПростий майбутній часA2

  • ik zal zien
  • jij zult zien
  • u zult zien
  • hij/zij/het zal zien
  • wij zullen zien
  • jullie zullen zien
  • zij zullen zien
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden tijdПлюсквамперфектB1

  • ik had gezien
  • jij had gezien
  • u had gezien
  • hij/zij/het had gezien
  • wij hadden gezien
  • jullie hadden gezien
  • zij hadden gezien
Deze tijd oefenen

Voltooid tegenwoordige toekomende tijdПередмайбутній часB2

  • ik zal gezien hebben / zal hebben gezien
  • jij zult gezien hebben / zult hebben gezien
  • u zult gezien hebben / zult hebben gezien
  • hij/zij/het zal gezien hebben / zal hebben gezien
  • wij zullen gezien hebben / zullen hebben gezien
  • jullie zullen gezien hebben / zullen hebben gezien
  • zij zullen gezien hebben / zullen hebben gezien
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Onvoltooid tegenwoordige tijd · Voltooid tegenwoordige tijd

Voorwaardelijke wijs Умовний спосіб

Onvoltooid verleden toekomende tijdУмовний спосіб теперішнього часуB1

  • ik zou zien
  • jij zou zien
  • u zou zien
  • hij/zij/het zou zien
  • wij zouden zien
  • jullie zouden zien
  • zij zouden zien
Deze tijd oefenen

Voltooid verleden toekomende tijdУмовний спосіб минулого часуB2

  • ik zou gezien hebben / zou hebben gezien
  • jij zou gezien hebben / zou hebben gezien
  • u zou gezien hebben / zou hebben gezien
  • hij/zij/het zou gezien hebben / zou hebben gezien
  • wij zouden gezien hebben / zouden hebben gezien
  • jullie zouden gezien hebben / zouden hebben gezien
  • zij zouden gezien hebben / zouden hebben gezien
Deze tijd oefenen

Gebiedende wijs Наказовий спосіб

Gebiedende wijsНаказовий спосібA1

  • (jij) zie
  • ziet u
Deze tijd oefenen

In de grammaticagids: Gebiedende wijs

Infinitief en deelwoord Неособові форми

InfinitiefІнфінітивA1

  • zien

Voltooid deelwoordДієприкметник минулого часуA1

  • gezien

In de grammaticagids: Voltooid deelwoord

onregelmatige vorm